Storingen: Motorstoringen

Motorstoringen checklist

Motorstoringen zijn soms moeilijk te achterhalen. Als je een storing hebt dan zijn de eerste vragen meestal: Wanneer zijn de puntjes vervangen? Hoe zijn de bougiekabels? Hoe zijn de bougies?, etc. Nou kun je zelf dat soort vragen al een beetje voorkomen. We hebben hieronder een klein rijtje geplaatst met wat je sowieso zelf kunt controleren en eventueel kunt vervangen. Overigens zijn de meeste van onderstaande punten standaard uitrusting van een 10.000 km-pakket. Dus de meeste dingen dien je om de 10.000 km al te vervangen.

1. De bougiekabels

Die zie je zo zitten. Goede bougiekabels vertonen geen scheurtjes en zijn slap en flexibel. Zodra ze hard en stijf zijn vervangen! Vaak schuren deze kabels ook tegen de spatborden aan. Hierdoor wordt de mantel dunner. Wat natuurlijk ook niet goed is. Een tip is om van die flexibele plastic pvc-buizen om de kabels heen te leggen. Dit bevordert niet een latere inspectie, maar zorgt er wel voor dat de mantel niet beschadigt wordt door het schuren tegen het spatbord. En het ziet er nog stoer uit ook!

2. Het luchtfilter

Een luchtfilter dient schoon te zijn. Een plasje olie in het luchtfilterhuis duidt vaak op een niet meer goed werkende olievulpijp. Als het erg wordt kan de olie zelfs de carburateur ingezogen worden, dan gaat je motor roken (bijv bij het starten)

3. De bougies

We gaan sleutelen. De bougies verwijderen en plaatsen dien je ALTIJD bij koude motor te doen. Is de motor te warm dan kun je door het draaien het schroefdraad vernielen. Als je de bougies verwijderd hebt, Controleer dan de opening tussen de twee electrodes. Deze mag niet meer zijn dan 0,6mm. Er zijn vele types bougies op de markt. Op elke bougie staat een code. Deze geeft aan wat voor type bougie het is. De codes verschillen per merk dus let op. De meest gangbare merken zijn Eyquem en Champion. De codes zijn:
Champion: L82C
Eyquem: 755 LS
NGK: B6HS
(info via: www.citroenz.biz en spark-plugs.co.uk
Deze types zijn voorgeschreven voor de A-type motoren met een cylinderinhoud van 602cc. Gebruik van andere bougies kunnen problemen geven.

Nu we de bougies verwijderd hebben gaan we ze aan een nadere inspectie onderwerpen. De bougiekleur verteld heel veel over problemen met de auto.

4. De ontsteking

Na aanleiding van de kleur van de bougies weet je wat je te doen staat. Mocht de bougie er normaal uitzien en je hebt toch problemen dan gaan we het in de ontsteking zoeken. Dus nog meer sleutelen! We gaan de puntjes nakijken: Uitgebreide uitleg puntjes stellen. Op deze pagina staan wat tips om zonder sleutelen snel wat checks te doen.

5. De kleppen

We gaan verder sleutelen en stellen de kleppen of laten dat doen. Ook dit klusje is net als het afstellen van de puntjes niet zo moeilijk. Hoe je kleppen moet stellen kun je ook op deze site vinden: Kleppen stellen.

6. De benzine

Nu kan het zijn dat je motor geen benzine genoeg krijgt. Het makkelijkst om te controleren is je benzinepomp. Deze kan verstopt zitten, of gewoon niet zijn werk meer naar behoren uitvoeren. Haal de benzineslang van de carburateur en plaats deze in een (schone) jampot. Laat iemand anders de motor starten. De benzine moet er nu in redelijk grote aantallen uit het slangetje komen. Let op! doordat er vaak wel benzine in je carburateur zit kan je motor aanslaan en komt er te veel benzine uit de slang. Houd natuurlijk wel de algemene brand- en veiligheidsregels in de gaten!

7. De vlotterhoogte

Als de pomp naar behoren functioneert gaan we de carburateur openhalen. Dit is op zich nog vrij makkelijk. Haal de choke los en verwijder het rubberen knietje. Draai de 6 schroeven los. Op sommige carburateurs is 1 van die schroeven een speciale. Let daar dus even op. Draai niet 1 schroef er helemaal uit en dan de volgende, maar draai ze allemaal steeds 1 slag los. Dit voorkomt dat er iets verbuigt. Als je hem los hebt dan kun je hem op de kop houden. Je ziet twee plastic bollen zitten. Dit is de vlotter. Voorzichtig hiermee, het metaal hieraan is behoorlijk dun en kan dus makkelijk verbuigen. Ga NOOIT aan de bollen zelf zitten buigen! Check nu of het piefje waar de benzine doorkomt echt dicht of echt open gaat. Dit is het piefje waar het lipje van de vlotter tegenaan komt. Gewoon door de benzine-inlaat blazen (maak even eerst droog, benzine is niet goed voor je gezondheid) met open en dicht piefje. Je moet een duidelijk verschil merken. Het piefje moet niet vastzitten maar losjes kunnen bewegen.

Je hebt nu een aantal checks gedaan en het is tijd om de vlotterhoogte te stellen. Als je het deksel op de kop houdt zodat de bollen bovenop zitten kun je gaan meten wat de afstand is tussen de rand van het deksel en het kleine puntje in het midden van de bollen. Dit dient aan beide bollen 18 mm te zijn. Let op dat je hier ook de pakking meetelt. Door nu alleen aan het lipje te buigen moet je beide vlotters tegelijk kunnen stellen. Het kan natuurlijk voorkomen dat een vlotter toch scheef zit, dan wel voorzichtig buigen.

8. De carburateur (vervolg)

Als je helemaal overtuigd bent van het feit dat alles in orde is en je motor doet nog steeds raar, vraag dan eerst de experts voordat je verder aan de carburateur gaat sleutelen. De carburateur heeft zoveel afstelmogelijkheden, dat verkeerd gebruikt eerder leidt tot nog meer problemen dan dat het een oplossing geeft. 1 tip. Die CO-afstelling is alleen voor je stationair toerental. Verder heeft het bij het rijden weinig tot geen invloed op het lopen van je motor.

Hopelijk kun je na stap 3 al ontdekken wat er mis is met je motor. De minimale randvoorwaarden voor een goed lopende motor zijn toch wel het luchtfilter, de bougies, de bougiekabels en de ontsteking. Als je zeker bent dat die vier dingen goed zijn kun je beter er eerst iemand bijhalen die er alle verstand van heeft. Die kan luisteren naar de motor en die kan voelen wat de motor doet. Internet is een prachtig medium, maar de echte feeling krijg je alleen als je online bent met de motor.